dinsdag, april 25, 2017

Paprika


Intensief gebruik scherminstallatie door Het Nieuwe Telen
‘Dubbel scherm speelt sleutelrol in zoektocht naar evenwichtig klimaat’

Je moet geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt, vindt paprikateler Stephan Persoon. Toch gaat hij samen met teeltmanager Roel Klapwijk de weg van Het Nieuwe Telen verkennen. In plaats van vervangen van het oudere schermdoek kozen zij juist voor de aanleg van een tweede klimaatscherm. Het was nog even puzzelen om deze installatie goed uit te voeren.

De eerste groene paprika’s zijn geoogst, bij Personal Vision in Bleiswijk. Het nieuwe seizoen staat voor de deur. Er zijn veranderingen op komst op het 7 ha grote bedrijf van Stephan en Thea Persoon, want sinds kort versterkt zoon Roy het team. Het bedrijf teelt drie verschillende hoofdrassen rode paprika’s. Daarnaast staan er proeven met nieuwe rassen van verschillende veredelingsbedrijven. Dit brede pallet hangt samen met het karakter van deze onderneming. Persoon regelt zijn eigen afzet, zonder tussenkomst van een telersvereniging. Iedere handelspartij heeft zo zijn voorkeur en met meerdere rassen in huis kan Persoon aan deze wensen voldoen.
Teeltmanager Roel Klapwijk maakt al tien jaar deel uit van het team en legt zijn focus op klimaatregeling. Hij nam deel aan één van de cursussen Het Nieuwe Telen (HNT) en bracht daardoor nieuwe ideeën mee. Net als veel paprikatelers hoorde Persoon dat aan en liet het eerst eens bezinken. “Ik heb mijn hele teeltstrategie opgebouwd rond mijn eigen ervaring en gevoel. Het is lastig om dat zomaar los te laten. Ik zie dat de nieuwe generatie die ‘ballast’ niet met zich meedraagt”, vertelt hij.

Tweede scherm
Toch staat hij open voor verandering, dus ook voor HNT. Klapwijk heeft daarom het afgelopen jaar al wat kunnen experimenteren met het bestaande energiescherm, boven een ras dat makkelijk generatief blijft. Daar liet hij de temperatuur al iets hoger oplopen, met uitzondering van de warmste nachten.
Afgelopen winter was het moment aangebroken om de scherminstallatie aan te passen, die zo’n belangrijke rol speelt in de nieuwe teeltstrategie. “We waren van plan om het oude schermdoek te vervangen”, legt Persoon uit. “Maar nu gingen we toch twijfelen of dat verstandig was.” In de tien jaar oude kas met een poothoogte van zes meter ligt het Luxous 1243 D, vertelt Ton Habraken van Svensson. Samen met een vast AC folie bij de start van de teelt functioneerde dat eigenlijk prima. Ondanks het veelvuldig gebruik was het nog niet echt versleten en technisch nog redelijk van kwaliteit.
Door de cursus begon het bij Klapwijk te kriebelen. Waarom geen tweede scherm erbij? Eigenlijk was de keuze snel gemaakt. Persoon: “We hebben de knoop doorgehakt en laten het oude, diffuse schermdoek nog even liggen en installeren er een tweede, helder energiescherm onder, Luxous 1347 H2no FR.”

Tweede scherm halverwege tralie
Met die beslissing was het laatste woord nog niet gevallen. De grote vraag was waar dat tweede scherm zou komen te liggen. Het eerste dradenbed ligt aan de bovenzijde van de 12,80 m brede en 58 cm hoge tralieligger. Bij plaatsing van de tweede installatie op de onderzijde zou net zo’n brede ruimte ontstaan als boven het eerste scherm, waardoor luchtbeweging vrij spel krijgt.
“Met het enkele scherm, AC folie en horizontale ventilatoren hebben we al teveel temperatuurverschillen. Daar willen we juist vanaf”, legt Persoon uit. Hij deed al wat proeven met het verplaatsen van ventilatoren om de luchtverdeling in de kas beter in de hand te krijgen. Bovendien liet hij de temperatuurverdeling in de kas meten met 150 sensoren.
Samen met vaste installateur Steetec bedacht hij een systeem waarbij het tweede scherm halverwege de tralie wordt geïnstalleerd, zodat de afstand tussen de twee schermen is teruggebracht naar 25 cm. De schermen lopen nu naar elkaar toe dicht. Wel waren er wat aanpassingen nodig aan de aandrijfas, de omkeerwielen van de trekdraden en de kruisschoren van de kas. Om verdere trek boven het scherm te reduceren worden in de 211 meter brede kas per kap 4 nokschotten aangebracht. Met deze maatregelen moet het in ieder geval wat ‘rustiger’ worden.

Uitstralingsmeter
Ook aan aanvullende meetapparatuur is gedacht. Inmiddels zijn boven de schermen twee meetboxen geïnstalleerd, die temperatuur en RV meten. Daarmee kan Klapwijk volgen wat er precies gebeurt als de schermen dicht liggen. Op het weerstation zijn een RV-meter en een uitstralingsmeter gemonteerd, die de uitstraling naar de hemel registreert.
Bij heldere nachten met hoge uitstraling kan het scherm dicht, terwijl dat bij een wolkendek soms niet hoeft. Het jaargetijde maakt daarbij niet uit. “Heldere nachten in de zomer geven soms meer uitstraling dan in de winter”, legt Habraken uit. “Terwijl je onder bewolkte omstandigheden soms weinig verschil hebt tussen in- en uitstraling. Dan is het soms beter het scherm open te houden.”

Warmtebeeldcamera
Sinds de start in 2006 heeft het bedrijf een infrarood planttemperatuurmeter. Nu is daaraan een warmtebeeldcamera toegevoegd. Deze camera meet de verticale temperatuurverdeling in het gewas. Klapwijk: “Je weet dat er verschillen zijn, maar nu kan ik echt zien wat er gebeurt.” Sturen doet hij nog niet met deze camera, omdat hij eerst een tijdje wil zien wat er gebeurt in het gewas. “Ik verwacht dat ik deze informatie op een later moment in het seizoen steeds meer zal gaan gebruiken als stuurmiddel.”
Uiteindelijk kan de teeltmanager aan de hand van metingen aan gewas en kop bepalen welke maatregelen hij neemt. Bovendien kan hij vaststellen of de temperatuur van bloemen of vruchten onder het dauwpunt komt. Via LetsGrow weet hij realtime wat er aan de hand is.

Ander klimaatregime
Vorig jaar is al besloten om op een deel van het glas een diffuse coating aan te brengen. Klapwijk: “Onder die coating is het gewas wat vegetatiever geworden.” Met deze ervaring in het achterhoofd krijgt de hele kas binnenkort een diffuse coating, om het licht dieper in het gewas door te laten dringen. De volgende stap is om rustig aan een nieuw klimaatregime door te voeren. “We doen het scherm nu al makkelijker dicht aan het einde van de dag, waarbij we in de gaten houden dat de groei niet te vegetatief wordt.”
De vraag is of de paprikatelers het aandurven om bij een hogere temperatuur te telen, zoals ook naar voren is gekomen bij HNT. Volgens Persoon hangt die beslissing af van de plantbalans. Bij een te hoge plantbelasting denkt hij van niet. Of wellicht kan die temperatuur juist helpen bij het sneller afrijpen van de vruchten. Kortom, het gaat een interessant paprikaseizoen worden.



maandag, maart 27, 2017

Bijvriendelijk


Potplantenteler lanceert label ‘Bee friendly grown’
‘Voorzichtig met onze bijen, dat moeten 
we vertellen’

Niet alleen burgers maken zich zorgen om de bijenstand, telers denken daar net zo over. Tim Koene bijvoorbeeld wil alleen middelen toepassen die niet schadelijk zijn voor bestuivers. Dat doet hij met het label ‘Bee Friendly Grown’. Om deze boodschap duidelijk en krachtig over te brengen zoekt hij naar collega’s die daar net zo over denken.

Het is topdrukte bij Beauty Plants in Maasland. Terwijl vader Nol Koene in de auto met aanhanger het erf af rijdt heeft zoon Tim zijn mobieltje in de aanslag. De bestellingen rollen binnen. Op het 4,5 hectare grote bedrijf zijn vader en zoon actief in drie takken van sport. De hoofdteelt is de bloeiende heester Camellia, die verwant is aan de theeplant. Het tweede gewas is Anigozanthos, ofwel het kangoeroepootje. Deze plant wordt voornamelijk geteeld als snijbloem, maar de familie Koene teelt deze als potplant. Het derde gewas is de kuipplant Mandeville, waarvan de familie Koene de serie Sundaville teelt.
Het was niet vanzelfsprekend dat Tim in het bedrijf zou komen. Hij studeerde bouwkunde. Met name het creatieve, het ontwerpen sprak hem aan. Toch besloot hij drie jaar geleden om in de voetsporen van zijn vader te treden. Tot op heden bevalt hem dat goed. Vooral als hij de kans krijgt om nieuwe ideeën uit te werken.

Biologische bestrijding
Op het bedrijf gaat veel aandacht naar biologische bestrijding van ziekten en plagen. Dat is niet verwonderlijk, want Nol teelde jarenlang paprika’s en heeft veel ervaring opgedaan met geïntegreerde gewasbescherming. Hij schakelde tien jaar geleden over van groente naar potplanten. Voor hem was het dus logisch om die kennis toe te passen in zijn nieuwe teelt. Eigenlijk lukt dat bijzonder goed. Een groot deel van de chemische bestrijding kan achterwege blijven. De potplantentelers laten zich hierin begeleiden door Benfried.
De afzet van de potplanten vindt vooral binnen Europa plaats. Engeland, Duitsland en Frankrijk zijn belangrijk, net als Oostenrijk en Zwitserland. “Steeds vaker kregen wij signalen van handel en winkelketens uit die landen of we producten kunnen telen die bij-vriendelijk zijn geteeld”, vertelt Tim. “Daarom zijn we in overleg met onze adviseur gaan kijken welke middelen wij kunnen vermijden, waaronder de neonicotinoïden.”

Respect voor de natuur
De vraag van de afnemers was niet het enige motief om die weg te bewandelen. Het komt ook voort uit een gevoel om respectvol met de natuur om te gaan. “We kunnen niet zonder bestuivers, zoals bijen, daar moeten we voorzichtig mee omgaan.”
De zorg om de bijenstand en de mogelijkheden die er zijn om daar rekening mee te houden willen vader en zoon graag overbrengen op collega’s. “Als we dit alleen doen blijft het bij een klein initiatief dat nauwelijks zoden aan de dijk zet”, gaat hij door. “Wij willen dit laten uitgroeien.” Uiteraard voldoen de telers aan de eisen voor MPS, maar die gaan hen niet ver genoeg. Overstappen op volledig biologisch geteeld product (SKAL) is een stap te ver. Ze willen de mogelijkheid houden om te corrigeren als dat nodig is, maar dan wel met middelen die bestuivers niet schaden.

Boodschap vertellen
De potplantentelers willen hun inspanning ook delen met consumenten, zodat zij bewust kunnen kiezen voor bij-vriendelijk geteelde planten. “Ik kan natuurlijk wel voldoen aan de vraag van handel en afnemers, maar dan komt de boodschap niet verder dan deze marktpartijen. De consument kan dan nog geen bewuste keuze maken”, legt hij uit. “Pas dan kan er meer vraag ontstaan. Wij proberen met zorg om te gaan met de natuur. Die boodschap willen we overbrengen op iedereen die onze producten koopt.”
Voor Koene is de oplossing tamelijk eenvoudig: maak het duidelijk op de verpakking. Daarom heeft hij samen met ASQ, leverancier van zelfklevende etiketten, een sticker voor iedere pot ontwikkeld. Op deze sticker staat een bij, met de tekst ‘Bee Friendly Grown’. Het beeldmerk is inmiddels beschermd. Vanaf begin april krijgt iedere plant die het bedrijf verlaat een sticker mee. De volgende stap is om het beeldmerk te integreren in steeketiketten en hoezen.

Proces borgen
Het stickeren van het eindproduct is niet de enige actie die Koene doet. Hij zal moeten kunnen aantonen dat zijn planten schoon zijn. Daarom wil hij zijn producten regelmatig laten bemonsteren, zodat hij kan aantonen dat hij schoon werkt.
Dit borgen geldt voor het hele productieproces. Stekken van de kangoeroepootjes importeert hij bijvoorbeeld uit Zuid-Afrika. In de opkweekfase mogen bepaalde middelen dus niet worden gebruikt, omdat ze later altijd zijn te traceren. Regelmatig koopt hij nieuwe moerplanten aan om zelf stekken te nemen. Ook die planten moeten voldoen aan deze eisen.

Samen sterk
Het bedrijf wil het label delen met andere sierteeltbedrijven die grote stappen hebben gemaakt in geïntegreerde gewasbescherming en die kunnen aantonen dat zij alleen bij-vriendelijke middelen gebruiken. “Samen zijn we veel sterker en kunnen we een beweging in gang zetten. Zo wordt het label veel krachtiger en gaat het ook opvallen. Ik nodig daarom iedereen uit om mee te doen en dit idee verder uit te werken.”

De afnemers van de producten zijn al enthousiast over dit initiatief. De leverancier van de geïntegreerde bestrijding staat er eveneens volmondig achter. “We zien dat de sierteelt volop aan de slag gaat met geïntegreerd telen” vertelt Janette van de Werken van Benfried. Dagelijks krijgt zij vragen van telers die één of meer plagen op hun bedrijf willen gaan aanpakken met natuurlijke vijanden. “Wij vinden het een mooie ontwikkeling, die het verdient om uit te dragen naar consumenten. Dat kan prima met dit label.”


maandag, februari 13, 2017

Biobased Economy

Kenniscentrum Plantenstoffen maakt zich sterk voor inhoudsstoffen
‘Serieuze vergroening blijft niet lang meer uit ’


Gaan we weer natuurlijke indigo gebruiken als kleurstof van spijkerbroeken? Zal de grootste fabrikant van cola straks weer echte vanille gebruiken in plaats van synthetische smaakmakers? Veel consumenten kiezen bewust voor producten op natuurlijke basis. De glastuinbouw kan goed op deze trend inspelen door zich te specialiseren in de teelt van bijzondere grondstoffen. We staan aan de vooravond van een bijzondere transitie, voorspelt Jan Smits.

Vanille is één van de duurste specerijen ter wereld. De prijs van de gedroogde, gefermenteerde peulen van de vanilleplant varieert van 25 tot 500 dollar per kilo op de wereldmarkt en stabiliseerde de laatste jaren rond de 100 dollar per kilo. Het is een gecompliceerde markt, die wordt beïnvloed door aanbod van synthetische vanille en sterk schommelend areaal. Stijgt de prijs, dan wordt er meer aangeplant. De boeren op Madagaskar, die ongeveer twee derde van de wereldproductie voor hun rekening nemen, worden er niet rijk van. Bovendien schommelt de kwaliteit van het eindproduct in kwaliteit, mede omdat de verwerking van het eindproduct zeer specialistisch werk is en afhangt van de grilligheid van de natuur.
Stel dat je vanille in kassen zou kunnen telen, onder geconditioneerde omstandigheden. En stel dat je ook het drogen en fermenteren nog beter onder de knie zou krijgen. Hier ligt een uitdaging. Geen Nederwiet, maar NederVanille. Teler Joris Elsgeest in Nieuwe Wetering droomt samen met andere telers al van een aromatische toekomst. Een consortium van telers en universiteiten onderzoekt de kansen voor de vanilleteelt onder glas en probeert afnemers te vinden voor het eindproduct. Elsgeest hoopt dat NederVanille kan uitgroeien tot een echt kwaliteitsproduct en dat producenten van frisdranken in de toekomst stoppen met het gebruik van synthetische smaakstoffen.

Vergroening
Planten met bijzondere inhoudsstoffen staan erg in de belangstelling. Trendwatchers voorspellen dat technisch hoogwaardige kassen de apotheek voor de toekomst zijn. Vanille is een voorbeeld van een aromatisch gewas, maar de aandacht gaat ook uit naar bronnen voor groene gewasbeschermingsmiddelen, verfstoffen, cosmetica en medicijnen.
Het Kenniscentrum Plantenstoffen helpt telers en andere bedrijven met het benutten van deze duurzame nieuwe grondstoffen. Jan Smits is projectmanager en nauw betrokken bij Biobased Economy(BBE), waarbij biomassa grondstof is voor niet-voedsel toepassingen. Een voorbeeld daarvan zijn de vezels in tomatenplanten, die geschikt zijn voor de verpakkingsindustrie.
Tomaten bevatten echter niet alleen vezels, maar tal van stoffen die geschikt zijn voor andere toepassingen. Kennis daarover is volop in ontwikkeling bij universiteiten en onderzoekscentra. Onderzoeksbedrijf Fytagoras in Leiden onderzoekt bijvoorbeeld componenten in het plantensap van tomatenstengels die mogelijk geschikt zijn als actieve component voor groene gewasbeschermingsmiddelen. Planten leveren dus niet alleen goede voedingsmiddelen en sierwaarde, ze zijn zoveel meer waard dan dat.

Hoge concentratie
Obesitas is een serieus en groeiend probleem binnen onze samenleving. De zoektocht naar stoffen die supplementen of medicijnen opleveren die obesitas kunnen voorkomen of bestrijden is volop gaande. Een gewas dat volop in de belangstelling staat is Dioscorea oppositifolia, ofwel Chinese Yam. Yam wordt al vele honderden jaren geteeld als voedingsmiddel, maar heeft ook een lange traditie op gebied van medicinale werking. Stoffen uit deze wortel zouden de vetopslag in het lichaam tegengaan, maar ook hiervoor geldt dat het onderzoek er nog volop mee aan de slag moet.
Potplantenbedrijf Pothos Plant in Monster experimenteert al met de teelt van dit gewas. Het bedrijf probeert de teelt dusdanig uit te voeren dat de concentratie van nuttige stoffen zo hoog mogelijk wordt. Deze intensieve manier van telen is kostbaar, maar naar verwachting zal het ook een schone en waardevolle stof opleveren. Peter Olsthoorn van Pothos Plant verwacht dat consumenten behoefte hebben aan natuurlijke stoffen en dat daarvoor een markt is.

Screening sierteeltgewassen
Niet alleen de Yam is interessant. Binnen de sierteelt loop een project dat zich richt op de screening van  een breed spectrum sierteeltgewassen op hun gewas beschermende werking, gefinancierd vanuit oude PT(Productschap Tuinbouw) gelden, de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Royal FloraHolland. Na een literatuurstudie, in opdracht van het Kenniscentrum Plantenstoffen, is een kleine selectie van commercieel geteelde sierteeltgewassen -ongeveer twintig plantengeslachten- gemaakt om verder te onderzoeken. Dit jaar test Wageningen UR Glastuinbouw extracten daarvan op hun effecten in verschillende toetsgewassen. Aandacht ligt op bestrijding van schimmels als meeldauw en Botrytis en plagen als trips, bladluizen en spint.
Het voordeel van beschermde teelt is dat je een streng teeltprotocol kunt aanhouden, waardoor ook zuivere extracten ontstaan zonder sporen van gewasbeschermingsmiddelen. Dat het hier om duurzame toepassingen gaat staat vast. Smits: “De gewasbeschermingsindustrie is serieus bezig met ‘vergroening’ van middelen en de voedingsmiddelenindustrie zoekt ook naar natuurlijke bronnen. Het is een beweging in onze maatschappij die zich doorzet naar innovatie.”
Het Kenniscentrum Plantenstoffen is twee jaar geleden begonnen met de aanleg van een extractenbibliotheek. Deze zal eind 2015 toegankelijk zijn voor afnemers. Het centrum wil door middel van deze bibliotheek Nederlandse tuinders als volwaardig leverancier koppelen aan producenten van farmaceutica, agrochemie, kleur, geur- en smaakstoffen, cosmetica, voedingssupplementen en veevoederadditieven. Deze database bevat ongeveer 1.300 verschillende soorten die in Nederland commercieel worden geteeld, waarvan de verschillende plantendelen in totaal  ongeveer 2.240 ruwe en 2.200 opgeschoonde extracten opleveren.

Kleurstoffen
Veel aandacht gaat al uit naar de teelt van algen onder glas, mits het soorten zijn die commercieel aantrekkelijk zijn. Een voorbeeld daarvan zijn algen die de gewilde rode pigmentstof astaxanthine aanmaken. Deze stof kan kleurstoffen in voeding vervangen en is bovendien een krachtige antioxidant. Een consortium van telers, toeleveranciers en onderzoek richt zich op de teelt van deze algen in reactoren (buizen) bij Wageningen UR Glastuinbouw.
Dit toegepaste onderzoek richt zich allang niet meer op de vraag of deze stof een bepaalde werking heeft, maar op een goed teeltrecept. Verschillende telers hebben al proeven op hun bedrijf aangelegd en samen optimaliseren zij de teelt.

Hoog op agenda
 ‘New business’ met plantenstoffen staat hoog op de kennis- en innovatieagenda van de zes Greenports. Binnen de topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen krijgt Biobased Economy, waar dit onderwerp onder valt, steeds meer aandacht. Smits: “ Dit is bij uitstek een cross sectoraal onderwerp, omdat er zoveel verbindingen liggen naar voedingsindustrie, cosmetica, groene gewasbescherming en chemie. Met dit programma kan de tuinbouw excelleren. In kassen kun je de klimaatomstandigheden zo creëren dat je het maximale uit planten kunt halen. In combinatie met een sterke veredelingssector heeft de Nederlandse tuinbouw een goede uitgangspositie.” 

Smits kijkt met open vizier naar de toekomst. “Over tien jaar worden cross sectorale business cases voor het winnen van waardevolle stoffen gewoon uitgevoerd. Dan zal de tuinbouw heel gericht planten telen, waarbij telers, extractiebedrijven en industrie elkaar zullen versterken.”

LED

LED’s combineren met duurzame cherrytomatenteelt
Dit jaar veel aandacht voor verzamelen en bestuderen van data

Op zoek naar ‘De duurzame smaaktomaat’ is de titel die de jongste proef met LED’s bij het Delphy Improvement Centre heeft meegekregen. Na de rassen Komeett en Merlice is het nu de beurt aan Juanita om deel te nemen aan dit experiment. De relatie plantgewicht, gemiddeld vruchtgewicht en smaak krijgt veel aandacht. Een jaar van meten en wegen.



woensdag, januari 18, 2017

Winter

Rijp


Ben ik even blij dat ik vorige week het gras nog niet heb gemaaid. Zo'n uitzicht vanaf mijn werkplek is toch onbetaalbaar. 








donderdag, januari 12, 2017

Tuinbouw Ondernemersprijs 2017

Op 11 januari 2017 viel JUBHolland uit Noordwijkerhout in de prijzen. Dit familiebedrijf won de Tuinbouw Ondernemersprijs 2017. En wel in het hart van de bollenstreek: De Keukenhof. 
JUB Holland gaat zorgzaam om 
met milieu en kwaliteit


Hoe maak je het onderscheid in de bollensector waar de concurrentie groot is? Dat kan alleen door het heel erg goed te doen, betrouwbaar te zijn en door zorg te dragen voor de leefomgeving. JUB Holland is al meer dan honderd jaar actief en heeft een goede naam in de sector. Jaap-Jan Uittenbogaard geeft een impressie van het familiebedrijf, maar is vooral bescheiden over de positie die het inneemt.

In de tuinen van Paleis Het Loo, Villa Eikenhorst en Paleis Huis ten Bosch bloeien ieder jaar bolbloemen van JUB Holland (Jac. Uittenbogaard & Zonen). Al ruim veertig jaar levert het bloembollenbedrijf uit Noordwijkerhout tulpen, narcissen en andere bloembollen aan de koninklijke familie.
“Sinds ons honderdjarige bestaan, zes jaar geleden, mogen we ons als enige bloembollenbedrijf Hofleverancier noemen”, vertelt Jaap-Jan Uittenbogaard die het woord voert namens zijn familie. Hij is trots op dit predicaat. “Je hoeft hiervoor niet noodzakelijkerwijs aan het Koninklijk Huis te leveren, maar we zijn zeer vereerd dat wij dit wel mogen doen. Het wil toch zeggen dat onze naam bekend is bij de Koninklijke Familie.

’We zijn trots op het predicaat Hofleverancier’


Koningin Juliana maakte destijds lijstjes en was erg betrokken bij de inrichting van de tuin. We vinden het geweldig dat Koningin Máxima ook zoveel interesse toont.”

Lange geschiedenis
Jaap-Jan is alweer de vierde generatie die in het familiebedrijf werkzaam is. Bollen zijn altijd in zijn leven geweest. Als jonge knul hielp hij al op de kwekerij en in de handel bij zijn vader Jaap. Ziekzoeken, bollen pellen, hij heeft het allemaal gedaan, zoals alle kinderen in de bollenstreek. Na zijn studie logistiek ging hij aan de slag in het bedrijf. Vandaag de dag is hij verantwoordelijk voor retail.
De driekoppige directie bestaat uit Jaap-Jan, zijn broer Robbert en achterneef Frank. Achterneef Dolph zal daar binnenkort nog bij komen als financiële man. Robbert is verantwoordelijk voor landscape en Frank voor broeierij, kwekerij en veredeling.
Het bedrijf heeft een lange geschiedenis in de bollenwereld, waarbij al in de tweede generatie een splitsing heeft plaatsgevonden tussen kwekerij, broeierij en handel. Het is uniek dat deze drie takken nog steeds vertegenwoordigd zijn. De familie is altijd samen blijven optrekken onder één vlag.
De lange familiestamboom en het werkterrein zijn zeer breed. Zo exporteert het handelsbedrijf bollen naar meer dan 35 landen in het midden- en hogere marktsegment in heel Europa. De kwekerij is gespecialiseerd in een groot assortiment tulpen en narcissen en heeft een omvang van 31 ha, verdeeld over meerdere plaatsen in Nederland. De broeierij produceert vier miljoen tulpen per jaar.

Eigen concepten
In de presentatieruimte van het bedrijf hangt een kleurrijke verzameling producten en er staan displays met kleinverpakkingen. JUB Holland was destijds het eerste handelsbedrijf dat bollen op kleur aanbood. Die trend is doorgezet, want in ieder tuincentrum vind je tegenwoordig bollen die netjes op kleur zijn gerangschikt.
Daarnaast ontwikkelt het bedrijf samen met een trendwatcher eigen concepten voor de retailmarkt. Een nieuw concept dat daarbij opvalt is ‘Natural Bulbs’, een verpakte serie biologische bollen die Skal gecertificeerd is. “Dat is nu nog een klein segment”, weet Jaap-Jan, “maar er is zeker belangstelling voor dit type bollen.”
“Ons handelsbedrijf bedient een breed spectrum klanten”, legt hij uit. We leveren producten voor postorderbedrijven en retail, maar ook bollen voor de professionele broeierij.”
Bijzonder is de handel in bollen voor landscape. Dit zijn bijvoorbeeld samengestelde bloembollenmengsels of losse bollen. Om daarbij een extra dienst te verlenen ontwikkelde JUB Holland in de jaren negentig van de vorige eeuw een speciale plantmachine voor het planten onder gras. Die plantmethode heeft ervoor gezorgd dat het bedrijf nu een belangrijke speler is in de markt voor landscape.


Nieuwe rassen
Ook het verhaal van de kwekerij en de broeierij is bijzonder. JUB Holland veredelde al twintig jaar lang hobbymatig tulpen. In 1996 besloot het om dat professioneel aan te pakken en richtte samen met zeven collega bloembollenkwekers en exporteurs en Hobaho veredelingsbedrijf Remarkable op. Jaap-Jan: “Veredelen is een langdurig proces. We zien nu dat de eerste commerciële rassen uit het veredelingsprogramma beschikbaar komen. We moeten nog stappen maken in resistenties tegen ziekten en plagen.”
Deze nieuwe rassen vinden hun weg via de kwekerij naar de eigen broeierij. “De kwekerij staat dus in dienst van de andere bedrijfstakken. De bollen gaan ook naar de handel, maar voorzien vooral in een hoogwaardig assortiment voor onze eigen broeierij.” Ook hier geldt dat het bedrijf hoge kwaliteit en toegevoegde waarde wil leveren, om daarmee weg te blijven uit de concurrentieslag om de laagste prijs.
In 2011 is de broeierij lid geworden van PolderPride, een samenwerkingsverband van vijf ervaren tulpenbroeiers uit de Beemster die uitsluitend A1 kwaliteit tulpen op de markt brengen. De afzet van deze bloemen vindt voornamelijk plaats via veiling Royal FloraHolland.

Milieukeur bollen
Milieu is een belangrijk thema in de bloembollensector. JUB Holland is nauw betrokken geraakt bij de ontwikkeling van Milieukeur voor bloembollen, omdat het zoekt naar manieren om duurzaam te produceren. Rudolph Uittenbogaard (derde generatie) heeft daarin een voortrekkersrol vervuld en actief deelgenomen aan de begeleidingscommissie van overheid, bedrijfsleven, onderzoek en maatschappelijke organisaties.
Milieukeur staat voor gegarandeerde duurzame kwaliteit met respect voor mens, natuur en milieu. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is daarbij nog strenger aan banden gelegd dan de wettelijk toegestane normen.

’We zien graag dat alle bollentelers duurzaam ondernemen’


Dat het de familie Uittenbogaard in de genen zit om zorg te dragen voor het milieu mag inmiddels wel duidelijk zijn. Als eerste bedrijf in de bollensector maakte het een speciale bijen- en vlindermengsel. Dit heeft JUB Holland ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse Bijenhouders Vereniging(NVB). Het bedrijf doneert een deel van de opbrengst om onder andere nieuwe bijenkasten te plaatsen.

Schoon en veilig werken
Op bedrijfsniveau spant JUB Holland zich in om zo min mogelijk milieubelasting te veroorzaken. Dat komt terug in alle bedrijfsprocessen, niet in de laatste plaats om een veilige, gezonde omgeving te bieden aan alle medewerkers.
Het bedrijf zet de 100% groene energie zo efficiënt mogelijk in. De warmte die vrij komt bij het koelproces in de cellen wordt weer gebruikt voor de bewaarcellen en bedrijfsruimte. Isolatie van de gebouwen en schermdoek in de kassen moeten deze warmte ook binnen houden.
Het scheiden van afval, het composteren van restmaterialen, over alle processen is goed nagedacht. Rondom het bedrijf is groen aangeplant, zijn een natuurvriendelijke slootkant en een aarden wal aangelegd.

Aandacht voor omgeving
Ondanks de indrukwekkende lijst activiteiten die JUB Holland heeft ondernomen om het bollenvak een beter imago te bezorgen, lijkt dit niet de drijfveer van deze familie te zijn. Het zit in hun aard om aandacht te besteden aan hun omgeving. Jaap-Jan: “We vinden het gewoon belangrijk. Binnen onze sector is de concurrentie groot en we willen ons daarin onderscheiden. Het proces van duurzaam ondernemen is in gang gezet en we zouden heel graag zien dat alle bollentelers daarin meegaan.”
Aanmelden voor de Tuinbouw Ondernemersprijs zou nooit in hem opgekomen zijn. Het is dat anderen hem daarop attent maakten dat het toch eens tijd is om trots te zijn. Dat siert hem.

Oordeel van de jury

De jury vindt JUB Holland een voorbeeld voor de bloembollensector. Het bedrijf maakt een stabiele indruk, vanwege de lange familietraditie, maar ook door het brede scala aan activiteiten in de keten. Door volharding van vele generaties heeft het een eigen positie verworven op de internationale markt.
JUB Holland valt op vanwege de sterke visie en maatschappelijke betrokkenheid door bloembollen een plaats te geven in de samenleving. De ondernemers zoeken daarbij op een innovatieve manier de samenwerking met gemeentes en organisaties. Bollen als ondersteuning van de biodiversiteit is daarbij een belangrijk speerpunt.
Het bedrijf neemt een voortrekkersrol op zich om de bloembollensector een stap verder te brengen. Een voorbeeld daarvan is de nauwe betrokkenheid bij de ontwikkeling van Milieukeur.

Magazine TOP Tuinbouw, december 2016