donderdag, januari 12, 2017

Tuinbouw Ondernemersprijs 2017

Op 11 januari 2017 viel JUBHolland uit Noordwijkerhout in de prijzen. Dit familiebedrijf won de Tuinbouw Ondernemersprijs 2017. En wel in het hart van de bollenstreek: De Keukenhof. 
JUB Holland gaat zorgzaam om 
met milieu en kwaliteit


Hoe maak je het onderscheid in de bollensector waar de concurrentie groot is? Dat kan alleen door het heel erg goed te doen, betrouwbaar te zijn en door zorg te dragen voor de leefomgeving. JUB Holland is al meer dan honderd jaar actief en heeft een goede naam in de sector. Jaap-Jan Uittenbogaard geeft een impressie van het familiebedrijf, maar is vooral bescheiden over de positie die het inneemt.

In de tuinen van Paleis Het Loo, Villa Eikenhorst en Paleis Huis ten Bosch bloeien ieder jaar bolbloemen van JUB Holland (Jac. Uittenbogaard & Zonen). Al ruim veertig jaar levert het bloembollenbedrijf uit Noordwijkerhout tulpen, narcissen en andere bloembollen aan de koninklijke familie.
“Sinds ons honderdjarige bestaan, zes jaar geleden, mogen we ons als enige bloembollenbedrijf Hofleverancier noemen”, vertelt Jaap-Jan Uittenbogaard die het woord voert namens zijn familie. Hij is trots op dit predicaat. “Je hoeft hiervoor niet noodzakelijkerwijs aan het Koninklijk Huis te leveren, maar we zijn zeer vereerd dat wij dit wel mogen doen. Het wil toch zeggen dat onze naam bekend is bij de Koninklijke Familie.

’We zijn trots op het predicaat Hofleverancier’


Koningin Juliana maakte destijds lijstjes en was erg betrokken bij de inrichting van de tuin. We vinden het geweldig dat Koningin Máxima ook zoveel interesse toont.”

Lange geschiedenis
Jaap-Jan is alweer de vierde generatie die in het familiebedrijf werkzaam is. Bollen zijn altijd in zijn leven geweest. Als jonge knul hielp hij al op de kwekerij en in de handel bij zijn vader Jaap. Ziekzoeken, bollen pellen, hij heeft het allemaal gedaan, zoals alle kinderen in de bollenstreek. Na zijn studie logistiek ging hij aan de slag in het bedrijf. Vandaag de dag is hij verantwoordelijk voor retail.
De driekoppige directie bestaat uit Jaap-Jan, zijn broer Robbert en achterneef Frank. Achterneef Dolph zal daar binnenkort nog bij komen als financiële man. Robbert is verantwoordelijk voor landscape en Frank voor broeierij, kwekerij en veredeling.
Het bedrijf heeft een lange geschiedenis in de bollenwereld, waarbij al in de tweede generatie een splitsing heeft plaatsgevonden tussen kwekerij, broeierij en handel. Het is uniek dat deze drie takken nog steeds vertegenwoordigd zijn. De familie is altijd samen blijven optrekken onder één vlag.
De lange familiestamboom en het werkterrein zijn zeer breed. Zo exporteert het handelsbedrijf bollen naar meer dan 35 landen in het midden- en hogere marktsegment in heel Europa. De kwekerij is gespecialiseerd in een groot assortiment tulpen en narcissen en heeft een omvang van 31 ha, verdeeld over meerdere plaatsen in Nederland. De broeierij produceert vier miljoen tulpen per jaar.

Eigen concepten
In de presentatieruimte van het bedrijf hangt een kleurrijke verzameling producten en er staan displays met kleinverpakkingen. JUB Holland was destijds het eerste handelsbedrijf dat bollen op kleur aanbood. Die trend is doorgezet, want in ieder tuincentrum vind je tegenwoordig bollen die netjes op kleur zijn gerangschikt.
Daarnaast ontwikkelt het bedrijf samen met een trendwatcher eigen concepten voor de retailmarkt. Een nieuw concept dat daarbij opvalt is ‘Natural Bulbs’, een verpakte serie biologische bollen die Skal gecertificeerd is. “Dat is nu nog een klein segment”, weet Jaap-Jan, “maar er is zeker belangstelling voor dit type bollen.”
“Ons handelsbedrijf bedient een breed spectrum klanten”, legt hij uit. We leveren producten voor postorderbedrijven en retail, maar ook bollen voor de professionele broeierij.”
Bijzonder is de handel in bollen voor landscape. Dit zijn bijvoorbeeld samengestelde bloembollenmengsels of losse bollen. Om daarbij een extra dienst te verlenen ontwikkelde JUB Holland in de jaren negentig van de vorige eeuw een speciale plantmachine voor het planten onder gras. Die plantmethode heeft ervoor gezorgd dat het bedrijf nu een belangrijke speler is in de markt voor landscape.


Nieuwe rassen
Ook het verhaal van de kwekerij en de broeierij is bijzonder. JUB Holland veredelde al twintig jaar lang hobbymatig tulpen. In 1996 besloot het om dat professioneel aan te pakken en richtte samen met zeven collega bloembollenkwekers en exporteurs en Hobaho veredelingsbedrijf Remarkable op. Jaap-Jan: “Veredelen is een langdurig proces. We zien nu dat de eerste commerciële rassen uit het veredelingsprogramma beschikbaar komen. We moeten nog stappen maken in resistenties tegen ziekten en plagen.”
Deze nieuwe rassen vinden hun weg via de kwekerij naar de eigen broeierij. “De kwekerij staat dus in dienst van de andere bedrijfstakken. De bollen gaan ook naar de handel, maar voorzien vooral in een hoogwaardig assortiment voor onze eigen broeierij.” Ook hier geldt dat het bedrijf hoge kwaliteit en toegevoegde waarde wil leveren, om daarmee weg te blijven uit de concurrentieslag om de laagste prijs.
In 2011 is de broeierij lid geworden van PolderPride, een samenwerkingsverband van vijf ervaren tulpenbroeiers uit de Beemster die uitsluitend A1 kwaliteit tulpen op de markt brengen. De afzet van deze bloemen vindt voornamelijk plaats via veiling Royal FloraHolland.

Milieukeur bollen
Milieu is een belangrijk thema in de bloembollensector. JUB Holland is nauw betrokken geraakt bij de ontwikkeling van Milieukeur voor bloembollen, omdat het zoekt naar manieren om duurzaam te produceren. Rudolph Uittenbogaard (derde generatie) heeft daarin een voortrekkersrol vervuld en actief deelgenomen aan de begeleidingscommissie van overheid, bedrijfsleven, onderzoek en maatschappelijke organisaties.
Milieukeur staat voor gegarandeerde duurzame kwaliteit met respect voor mens, natuur en milieu. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is daarbij nog strenger aan banden gelegd dan de wettelijk toegestane normen.

’We zien graag dat alle bollentelers duurzaam ondernemen’


Dat het de familie Uittenbogaard in de genen zit om zorg te dragen voor het milieu mag inmiddels wel duidelijk zijn. Als eerste bedrijf in de bollensector maakte het een speciale bijen- en vlindermengsel. Dit heeft JUB Holland ontwikkeld in samenwerking met de Nederlandse Bijenhouders Vereniging(NVB). Het bedrijf doneert een deel van de opbrengst om onder andere nieuwe bijenkasten te plaatsen.

Schoon en veilig werken
Op bedrijfsniveau spant JUB Holland zich in om zo min mogelijk milieubelasting te veroorzaken. Dat komt terug in alle bedrijfsprocessen, niet in de laatste plaats om een veilige, gezonde omgeving te bieden aan alle medewerkers.
Het bedrijf zet de 100% groene energie zo efficiënt mogelijk in. De warmte die vrij komt bij het koelproces in de cellen wordt weer gebruikt voor de bewaarcellen en bedrijfsruimte. Isolatie van de gebouwen en schermdoek in de kassen moeten deze warmte ook binnen houden.
Het scheiden van afval, het composteren van restmaterialen, over alle processen is goed nagedacht. Rondom het bedrijf is groen aangeplant, zijn een natuurvriendelijke slootkant en een aarden wal aangelegd.

Aandacht voor omgeving
Ondanks de indrukwekkende lijst activiteiten die JUB Holland heeft ondernomen om het bollenvak een beter imago te bezorgen, lijkt dit niet de drijfveer van deze familie te zijn. Het zit in hun aard om aandacht te besteden aan hun omgeving. Jaap-Jan: “We vinden het gewoon belangrijk. Binnen onze sector is de concurrentie groot en we willen ons daarin onderscheiden. Het proces van duurzaam ondernemen is in gang gezet en we zouden heel graag zien dat alle bollentelers daarin meegaan.”
Aanmelden voor de Tuinbouw Ondernemersprijs zou nooit in hem opgekomen zijn. Het is dat anderen hem daarop attent maakten dat het toch eens tijd is om trots te zijn. Dat siert hem.

Oordeel van de jury

De jury vindt JUB Holland een voorbeeld voor de bloembollensector. Het bedrijf maakt een stabiele indruk, vanwege de lange familietraditie, maar ook door het brede scala aan activiteiten in de keten. Door volharding van vele generaties heeft het een eigen positie verworven op de internationale markt.
JUB Holland valt op vanwege de sterke visie en maatschappelijke betrokkenheid door bloembollen een plaats te geven in de samenleving. De ondernemers zoeken daarbij op een innovatieve manier de samenwerking met gemeentes en organisaties. Bollen als ondersteuning van de biodiversiteit is daarbij een belangrijk speerpunt.
Het bedrijf neemt een voortrekkersrol op zich om de bloembollensector een stap verder te brengen. Een voorbeeld daarvan is de nauwe betrokkenheid bij de ontwikkeling van Milieukeur.

Magazine TOP Tuinbouw, december 2016

maandag, januari 09, 2017

Bedrijfsovername

Prof.dr. Pursey Heugens, Rotterdam School of 
Management Erasmus University


‘Snoeien doet groeien, geldt voor 
overname familiebedrijf’

Noem het een zaagtandeffect. Bij familiebedrijven gebeurt de overdracht van de ene op de andere leidinggevende veel minder frequent en meer schoksgewijs dan in andere takken van het bedrijfsleven, waar CEO’s en bestuurders regelmatig wisselen. Tel daarbij op dat de aftredende generatie soms lastig de touwtjes uit handen geeft en zich ertoe moet zetten om de nieuwe generatie vrijheid te geven. Zo’n situatie ondermijnt de ontwikkeling van een gezond bedrijf en maakt het kwetsbaar.

Familiebedrijven lopen bij de overdracht bovengemiddeld grote risico’s ten opzichte van bedrijven waar familiebanden niet spelen. Slechts 30% van de familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling. Na de tweede wisseling is dat nog maar 13% en na de derde nog maar 3%. Deze keiharde feiten liegen er niet om. Ze zijn aanleiding tot een gesprek met Pursey Heugens, die met helikopterblik het Nederlandse en internationale bedrijfsleven bekijkt.
Zijn kantoor is maar een steenworp verwijderd van Westland en Oostland. Hij kent de tuinbouw goed. “Hier komen veel eerste generatie studenten, afkomstig van tuinbouwbedrijven” vertelt hij. Hij ziet echter niet veel verschillen in structuur tussen familiebedrijven in de tuinbouw en familiebedrijven in andere sectoren van het bedrijfsleven.
Heugens deed onderzoek naar strategieverandering na generatiewisseling in familiebedrijven. “We verzamelden data van grote, deels beursgenoteerde familiebedrijven, maar die komen in alle sectoren voor”, meent hij. De conclusies van dit onderzoek gelden volgens hem net zo goed voor de land- en tuinbouw.

Zware last
Heugens schetst de activiteiten van familiebedrijven en hun voortgang in de tijd. “De eerste generatie bouwt vanuit het niets een onderneming op en is daar succesvol in. Het vraagt lef en doorzettingsvermogen om daarin te slagen. De tweede generatie krijgt een zware last te dragen. Kinderen schrikken daarvan en reageren daarop met behoudzuchtig gedrag. Zij kiezen om allerlei redenen voor het rentmeesterschap, omdat ze die druk aanvoelen.”

’Begin vroegtijdig met een open 

gesprek in familieverband’


Aangezien de kinderen vaak een goede opleiding hebben genoten, omdat er meer financiële middelen waren, mag je veronderstellen dat ze nog beter onderlegd zijn dan hun ouders. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze dezelfde capaciteiten bezitten én lef en doorzettingsvermogen vertonen. Wel hebben ze vaak in tegenstelling tot hun ouders van kinds af aan meegedraaid in het bedrijf.
Het blijft een gevoelig punt, legt Heugens uit. Een taboe om over dit soort zaken te spreken ziet hij niet. “Die fase is de algemene economie allang voorbij. Of dat ook geldt voor tuinbouwbedrijven kan hij bevestigen noch ontkennen.

Tien jaar
“Voor een bedrijfsoverdracht moet je zeker een periode van tien jaar inbouwen”, adviseert Heugens, die aangeeft dat de werkelijke overdracht in de praktijk meestal rond de leeftijd van 55 tot 65 jaar plaatsvindt. Lang daarvoor moet je hierover al gaan nadenken. “Het is een menselijke karaktertrek dat het moeilijk is om te aanvaarden dat er een einde komt aan je actieve rol in het bedrijf en daarom gebeurt dit vaak veel te laat. Begin met een open gesprek in familieverband en definieer die fase breed.”
Als de kinderen nog geen interesse vertonen of eenvoudigweg nog te jong zijn om en leidinggevende functie te vervullen, dan kun je ook externen aantrekken die een leidinggevende rol kunnen vervullen. Er zijn vele vormen om door te gaan, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband. Het bedrijf verkopen is eveneens een reële optie.

Loslaten
Families breiden uit en worden steeds groter. Door vererving krijgen steeds meer familieleden, die verder niet of niet meer actief zijn, toch een aandeel en daarmee zeggenschap in een bedrijf. De volgende generatie moet dan dividend uitkeren. Dit trekt financieel een zware wissel op een gezond bedrijf.

’Kies eenmalig voor de pijn, 

in plaats van chronische bloedarmoede’


Inplaats daarvan moet een bedrijf voor een goede ontwikkeling investeren in R&D. De bedrijfsleiding kiest echter vaker voor de relatieve zekerheid van rendement ten koste van risicodragende investeringen. Heugens is daar zeer duidelijk over: “Bedrijven moeten door ontwikkelen om competitief te zijn. Hoewel het lastig is kun je het beste de aandeelhouders zo snel mogelijk uitkopen. Kies eenmalig voor de pijn, in plaats van chronische bloedarmoede.”
Bijkomend probleem is dat de vorige generatie door allerlei constructies nog macht of zeggenschap wil houden en niet kan loslaten. Dit gebrek aan vertrouwen in de nieuwe generatie is niet gezond voor de onderneming. Heugens: “Als je geen vertrouwen kan geven aan je kinderen, kies dan voor een outsider en maak de nieuwe generatie niet afhankelijk van jou. Laat het los. ‘Pruning the familytree’, ofwel snoeien doet groeien.”


Nieuw bloed, nieuwe koers
Pursey Heugens is hoogleraar aan de Rotterdam School of Management Erasmus University. Hij is gastspreker tijdens de uitreiking van de Tuinbouw Ondernemersprijs 2017, waar het thema ‘familiebedrijven’ centraal staat. Onder zijn leiding is de onafhankelijke studie ‘Nieuw bloed, nieuwe koers’uitgevoerd, in samenwerking met Rabobank en BDO Accountants&Adviseurs. De uitkomst daarvan is in april 2016 gepresenteerd.
             Het onderzoek naar strategieverandering na generatiewisseling op familiebedrijven is gebaseerd op twee internationale kwantitatieve studies van de ECFB(Erasmus Centre of Family Business). De eerste studie heeft betrekking op beursgenoteerde familiebedrijven in de VS, de tweede op familiebedrijven in private handen in Australië, Canada, China, Finland, Italië, Noorwegen en de VS

donderdag, december 29, 2016

Groene middelen


Trage aanpassing regelgeving remt zet rem op geïntegreerde gewasbescherming
Groene middelen mogen niet in grijs gebied komen

‘Vergroening’ van het middelenpakket is een feit. De druk vanuit de samenleving is groot genoeg om het gebruik van chemie terug te dringen. De tuinbouw zoekt naar wegen om duurzaam te produceren met geïntegreerde gewasbescherming. Alleen de stroomlijning van de wetgeving hiervoor volgt in traag tempo, zo blijkt uit de mond van drie vakmensen.

Plantweerbaarheid is het centrale thema binnen de Publiek-Private Samenwerking(PPS) ‘Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid’. Wageningen University & Research probeert in dit onderzoeksprogramma grip te krijgen op processen in de plant, die ziekten en plagen op afstand houden.
Fabrikanten ontwikkelen steeds meer gewasbeschermingsmiddelen die vriendelijk zijn voor het milieu op basis van natuurlijke stoffen en middelen die de weerbaarheid van planten vergroten. Ze kunnen een aanvulling zijn, maar soms zijn de verwachtingen te hoog gespannen. Dat vindt Jo Ottenheim, secretaris bij Nefyto, de brancheorganisatie van de bedrijven die chemische en biologische gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen voor de Nederlandse markt.

Akkerbouw


Akkerbouwer Arian de Jong

‘Een goed plan maken en kringlopen sluiten’


Samenwerken en overschakelen naar biologische landbouw was een goede zet van drie akkerbouwers in de Hoekse Waard. Op de jonge zeeklei groeien niet alleen aardappelen, groenten en granen, maar ook grasklaver voor eigen koeien. Die koeien leveren voldoende mest voor alle gewassen en goede melk en kaas op de koop toe. Zo is de cirkel rond.

Een bijeenkomst over biologische landbouw in 1999 was het ‘Eureka’ moment voor Ard van Gaalen, Arian de Jong en Pieter Hugo Visser uit Zuid-Beijerland. De jonge akkerbouwers, met ieder een bedrijf van ruim 60 ha, zagen alle drie dat hun vooruitzichten op dat moment twijfelachtig waren.
“De verregaande schaalvergroting in de akkerbouw dwong ons om na te denken over de toekomst”, vertelt Arian de Jong. Ze hadden wel oren naar biologische landbouw, maar beseften tegelijkertijd dat samenwerking hen verder zou brengen. En zo werd Biostee geboren.

woensdag, december 28, 2016

Tuinbouw Ondernemersprijs



Staatssecretaris Martijn van Dam:


‘Innovatie essentieel voor toekomst tuinbouw’



Staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam juicht innovatief ondernemerschap in de tuinbouw toe. In zijn korte tijd als bewindsman heeft hij de daadkracht van deze sector van dichtbij kunnen ervaren. Hij ziet veel kansen, en verwacht een actieve houding van ondernemers.


Vanaf het begin is het Ministerie van Economische Zaken partner van de Tuinbouw Ondernemersprijs. Wat wilt u de genomineerden en de winnaar meegeven?
“Als je voor deze prijs wordt genomineerd dan ben je in mijn ogen al een winnaar. Maar goed, er kan er natuurlijk uiteindelijk maar één de prijs winnen. Deze heeft de speciale opdracht om ‘ambassadeur’ te zijn voor zijn sector en daarmee ook een rol om het gesprek met de samenleving op gang te brengen. Daarnaast geldt voor alle genomineerden dat zij uitblinken en een voorbeeld zijn voor andere tuinders die willen verduurzamen en innoveren. Ik vraag jullie om die kwaliteiten te tonen aan je collega’s, maar zeker ook buiten de tuinbouw. Timmer aan de weg en inspireer anderen.”

Hoe vindt u de dialoog tussen tuinbouwsector en samenleving nu?
“De sector is heel klantgericht. Ook voor de toekomst bieden de wensen van consumenten mooie kansen voor de Nederlandse tuinbouw. Er is steeds meer vraag naar gezond en duurzaam eten en een prettige leefomgeving. Juist tuinbouwproducten als groenten, fruit, bloemen en planten sluiten daarbij aan Jullie hebben als sector de sleutel in handen. Laat consumenten zien en ervaren wat je doet op je bedrijf. Een initiatief als ‘Kom in de kas’ geeft daar een mooie invulling aan maar zoek ook andere manieren om ‘de samenleving’ binnen te halen.

‘De maatschappelijke aandacht voor duurzaam en gezond voedsel groeit: jullie hebben de sleutel in handen.’ 


vrijdag, december 16, 2016

Tulpen



Tulpenteler John Boon van Boon&Breg

‘Zelf de regie over je afzet in handen houden’


Als ondernemer ben je in staat om veel alleen te doen, maar samen kom je verder. Dit ondervindt John Boon regelmatig als hij naar Chili vliegt om de groei van zijn bollen te volgen. Of wanneer hij met zijn collega’s een kritische blik werpt op de afzetcoöperatie. Tulpen telen en tulpen broeien beperkt zich niet tot de horizon van West-Friesland.

“Als ondernemer heb je iedere zeven jaar een uitdaging nodig, is mijn overtuiging. Toen ik bij mijn vader in het bedrijf kwam was dat eerst teelt en techniek en daarna de organisatie. Nu ligt mijn aandacht vooral bij markt en afzet.” Aan het woord is John Boon, een goedlachse veertiger, die samen met zijn neef Maarten Breg de dagelijkse leiding heeft van Boon&Breg. Het bedrijf is gespecialiseerd in de teelt en broeierij van tulpen.

‘We zijn nogal direct, hier in West-Friesland’


In het Westfriese Andijk staat alles in het teken van de tulp. Rondom het bedrijf liggen soortgelijke bedrijven. “De broeierij groeit de laatste jaren snel”, vertelt Boon. Ook zijn bedrijf is meegegroeid. In totaal verlaten jaarlijks twintig miljoen bloemen de kwekerij. Daarnaast telen de neven jaarlijks 35 miljoen bollen in de Flevopolders en in Chili.

Ondernemerschap




Directeur Martin Smaal (SO Natural) over ondernemerschap:



‘Professionalisering van je organisatie is een continu proces’



Ondanks een goed businessmodel en een klinkende ondernemersvisie blijft een tuinbouwbedrijf kwetsbaar als externe omstandigheden veranderen. Dat ondervond de familie Smaal, die door een fusie in 2008 het grootste potorchideeënbedrijf ter wereld werd. Daarna sloeg de crisis in de tuinbouw toe. Een streng financieel beleid en professionalisering van de organisatie hielp hen er doorheen. “Het was een lastige tijd, maar we hebben er ook veel van geleerd.”

“Mijn dagelijkse taak is om alle zienswijzen binnen ons bedrijf bij elkaar te brengen.” Die rol is Martin Smaal van SO Natural op het lijf geschreven, weet hij inmiddels. Hij groeide op als de middelste van vijf broers, die in leeftijd variëren van 42 tot 56 jaar. Binnen het gezin van zes kinderen - hij heeft ook nog een zus - was hij de meest rustige van het stel. Toch is hij vandaag de dag algemeen directeur van het grootste orchideeënbedrijf ter wereld, dat in de huidige samenstelling nu acht jaar bestaat.
Desondanks staan de broers met beide voeten stevig op de grond. Een gezamenlijke en eenduidige visie op de ontwikkeling van de orchideeënmarkt bracht hen bij elkaar. Het was nooit de bedoeling om de grootste orchideeënproducent te worden, maar het samenwerkingsproces leverde dat wel op. De daardoor ontstane schaalgrootte bracht het beleveren van het retailsegment binnen bereik.
Met de groei van het bedrijf nam de noodzaak van professionalisering toe. Smaal legt uit welke stappen hij en zijn broers de afgelopen jaren hebben genomen en kijkt met frisse blik naar de toekomst. “Professionalisering is geen proces dat je in vijf jaar afrondt. Je bent er continu mee bezig. Wij al tien jaar.”

vrijdag, augustus 26, 2016

Het Nieuwe Telen bij Tomaat


Tomatenteler kiest verticale ventilatoren als hulp bij HNT
‘Goede plantbalans zorgt voor lagere belasting en snellere afrijping’

Gardener’s Pride, het tomatenbedrijf van Cock en Marja van Overbeek, begint de principes van Het Nieuwe Telen aardig onder de knie te krijgen. In de nieuwe kas met verticale ventilatoren voelt bedrijfsleider Tim Schinkel zich helemaal in zijn element als hij kan spelen met de plantbelasting. De luchtbeweging zorgt voor een gelijkmatig klimaat met goede beheersing van vocht.

Bij Gardener’s Pride in het Friese Beetgum is het eind maart tijd voor tussenplanten. Het oude gewas van juli 2015 is getopt en de jonge geënte, getopte planten staan klaar voor het nieuwe seizoen. Het tomatenbedrijf is gespecialiseerd in fijne tomaten tot 20 gram, los en tros. In totaal staan er veertien verschillende rassen, waarvan drie rassen in de nieuwe kas. Deze tomaten vinden hun weg naar voornamelijk vaste retailklanten via telersvereniging Best of Four. Goede smaak heeft hoge prioriteit.

Chrysant


Eerste ervaringen met Het Nieuwe Telen bij Arcadia Chrysanten
‘Krachtig systeem om luchtvochtigheid te beheersen, maar er zit nog meer in’

Vijfentwintig tot dertig procent besparing op energie in de chrysanten door het nieuwe telen. Is dat een realistische doelstelling? André van Paassen van Arcadia Chrysanten is er stellig over. Hij verwacht dat er nog wel meer in zit door het systeem verder te optimaliseren. “We moeten daarbij naar het gewas blijven kijken, omdat kwaliteit voorop staat. Het Nieuwe Telen is vooral het nieuwe denken en doen.”

Sinds de bouw van de nieuwe kas in de zomer van 2015 heeft Arcadia Chrysanten alweer twee teeltrondes op de teller staan. De kwaliteit van de geplozen Anastasia is naar tevredenheid. Dat kan liggen aan nieuwe grond, diffuus dek, nieuwe belichtingsarmaturen en lampen, maar ook aan het klimaat door toepassing van Het Nieuwe Telen. Bedrijfsleider André van Paassen en Maurice Hartman van Technokas bespreken de eerste resultaten die in de lijn der verwachtingen liggen. “Onze eerste bevindingen zijn positief”, vertelt Van Paassen.

woensdag, maart 30, 2016

Tomaten

Auke Smit, algemeen directeur Greenco
‘Lokale samenwerkingsverbanden versterken de tuinbouw’

 


Drie jaar geleden verruilde hij zijn baan in de mediawereld voor de tuinbouw en kwam het Westland volledig blanco binnen stappen. Hij trof er gedreven ondernemers, harde werkers met open vizier. Soms verbaast hij zich nog over het kostprijs gedreven karakter van de tuinbouwsector. Greenco kiest voor het omgekeerde, juist voor vraag gestuurde productie.

Onze missie is om consumenten de gelegenheid te bieden om gezond te snacken”, vertelt Auke Smit van Greenco. “Wij produceren snackgroenten en doen dat op een duurzame en verantwoorde wijze.” Smit heeft de dagelijkse leiding als algemeen directeur van een bijzonder teelt- en handelsbedrijf dat gespecialiseerd is in kleine tomaatjes, mini-komkommers en mini-paprika’s.

Trotse Tuinders

Lancering tweede Trotse Tuinders Magazine



Onder het genot van verse gevulde koeken
V.l.n.r. Pauline Verhagen, Pieternel van Velden, Louis Kester en Natasha Wijgerse

Naaldwijk, 25 maart 2016